Workshop 1 · Digilab Dag van de Toekomst · 18 juni 2026

Vertrouwen organiseren

Elke digitale handeling namens een onderneming doorloopt vijf stappen. De puzzel zit in het midden: wat iemand mag namens de onderneming, waarop dat berust, en hoe je dat kunt bewijzen — daar is nog een oplossing voor nodig.

Het bevoegdhedenmodel

  1. Actor Natuurlijke persoon
  2. Bevoegdheid x Wat mag deze persoon?
  3. Grondslag y Waarop berust dat?
  4. Handeling z Wat wordt gedaan?
  5. Onderneming Gebondene + verantwoordelijke

Systeemvereiste per stap

Identificeerbaar
Aantoonbaar
Geregistreerd & geldig
Afgebakend
Herleidbaar & auditeerbaar

Wie iemand is, is iets anders dan wat die persoon namens een onderneming mag. Een systeem dat ondernemers centraal stelt, moet beide weten — en ze niet door elkaar halen. Bevoegdheden moeten fijnmazig, overdraagbaar en aantoonbaar zijn: afgestemd op taken en rollen, niet op personen.

Casus — doorloop het model

Een werknemer meldt zich ziek. De werkgever moet op grond van de Wet verbetering poortwachter een re-integratiedossier opbouwen. Meerdere rollen zijn betrokken: directeur, HR-medewerker/casemanager, leidinggevende, bedrijfsarts. Wie mag welke gegevens inzien — en wat als de casemanager uit dienst gaat?

  • Actor HR-medewerker / casemanager Of: directeur, leidinggevende, bedrijfsarts — elk met andere bevoegdheid
  • Bevoegdheid Rolafhankelijk, fijnmazig Casemanager: alleen strikt noodzakelijke gegevens. Directeur: géén medische gegevens
  • Grondslag AVG + AP-beleidsregels BWBR0037896 Wet verbetering poortwachter; medisch beroepsgeheim bedrijfsarts
  • Handeling Inzien dossier, 42e-weekmelding UWV Inzage (beperkt) vs. indienen bij UWV vereisen verschillende bevoegdheden
  • Gebondene Werkgever / onderneming Verantwoordelijke bij foutieve inzage: AP handhaaft met boetes tot €20M of 4% omzet
Juridisch kader: Art. 3:60 BW — volmacht Wet verbetering poortwachter AVG / AP-beleidsregels BWBR0037896
Knelpunt Als de overheid ondernemers centraal wil stellen, moet ze weten wie welke rol vervult binnen een bedrijf — en wat die rol inhoudt. Dat is nu niet zo: bevoegdheidsverlening is grofmazig, persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Als de casemanager uit dienst gaat, is er geen mechanisme dat de bevoegdheid "volgt op de rol" — toegang wordt handmatig per systeem opnieuw geregeld, of valt weg.
Systeemvraag Wat heeft een systeem nodig om bevoegdheden te registreren op taakniveau — niet op persoonsniveau? Hoe zorg je dat toegang automatisch overgaat als iemand van rol wisselt, zonder handmatig werk en zonder dat de audittrail breekt?

Scripts — doorloop met persona's

Dezelfde drie casussen, nu als doorloopbaar scenario met personen — geschreven om voor te lezen. We tonen hoe het idealiter voor de gebruiker werkt en laten een gewone levensgebeurtenis (iemand vertrekt, een instantie belt, een deadline nadert) soepel opvangen. Daarna valt steeds dezelfde vraag aan de zaal.

De overheid wil het ideaal honoreren — de aangifte aannemen, de juiste persoon bereiken, de ketting vertrouwen. De vraag is niet óf, maar hoe je het zó organiseert dat het vertrouwd kan worden. Sluit elke casus af met de wederkerige vraag: wat organiseren wij als overheid, wat ligt bij het bedrijf, en hoe komt dat samen?

Het dossier dat meebeweegt met de machtiging

Van Dijk Installatietechniek BV, een installatiebedrijf met 38 medewerkers. Monteur Joost valt langdurig uit; de re-integratie onder de Wet verbetering poortwachter loopt twee jaar.

De cast

Joost

Monteur, langdurig ziek — de werknemer om wie het draait

Zijn eigen dossier inzien en zelf bepalen wat hij met het bedrijf deelt

Gedwongen worden zijn diagnose met de werkgever te delen

Hannah van Dijk

Directeur-eigenaar (DGA), tekenbevoegd, beheert eHerkenning

De toegang voor de verzuimbegeleider regelen; alleen weten wat de bedrijfsarts deelt (kan Joost werken, voor hoelang)

De medische inhoud van het dossier inzien

Mariam

HR / casemanager, werkt in opdracht van de bedrijfsarts

De voor verzuimbegeleiding strikt noodzakelijke gegevens; meldingen bij UWV doen

Meer vastleggen dan strikt noodzakelijk

dr. Peters

Bedrijfsarts (extern)

Alles wat medisch is — onder beroepsgeheim

Medische details delen met de werkgever

Tom

Nieuwe HR-medewerker (komt later in beeld)

— (nog niets: heeft nog geen bevoegdheid)

Wat ze willen

Joost goed begeleiden en aantoonbaar voldoen aan de poortwachter-verplichtingen — het bedrijf moet documenteren wat het deed — en de medewerker regie geven over zijn eigen gegevens.

Het script

Het dossier loopt — bij het bedrijf

Mariam begeleidt Joost; het bedrijf houdt het re-integratiedossier zelf bij — UWV weet hier nog niets van. Het bedrijf wil dit fijnmazig regelen: de machtiging "verzuimbegeleider van dit dossier" zou aan de taak moeten hangen, niet aan Mariam als persoon — en Joost wil zelf bepalen wat met het bedrijf gedeeld wordt.

Dr. Peters voert het medische deel, onder beroepsgeheim.

Wat de directeur wél en niet weet

Hannah moet plannen — een tijdelijke kracht? Ze krijgt alleen wat de bedrijfsarts deelt: kan Joost werken, voor hoelang? Het medische ziet ze niet.

UWV is in deze fase nog niet in beeld — dat begint pas bij de 42e-weekmelding.

De eerste keer dat UWV iets ziet (week 42)

Rond week 42 doet Mariam de verplichte 42e-weekmelding bij UWV — zij is daarvoor gemachtigd. Dat is het eerste dat UWV van Joosts verzuim weet.

En dan gebeurt er iets — de machtiging verhuist

Rond week 52 staat de eerstejaarsevaluatie op de agenda: werkgever en werknemer vullen die sámen in en passen zo nodig het plan van aanpak aan. Maar Mariam, die de 42e-weekmelding deed, is uit dienst. Het bedrijf wil dat Tom dit snel kan overnemen: dat hij de juiste machtiging krijgt en de evaluatie samen met Joost invult.

Geen gat, geen stilstand.

De WIA-aanvraag — de directeur weer aan zet

Na bijna twee jaar vraagt Joost de WIA aan bij UWV. Het bedrijf levert het re-integratieverslag en UWV toetst of er genoeg is gedaan — bij te weinig inspanning volgt een loonsanctie. Juist vanwege dat risico geeft de directeur (Hannah) zelf akkoord op het re-integratieverslag: zij is weer aan zet, niet als inhoudelijk begeleider maar als verantwoordelijke. Het bedrijf wil dat de machtigingen die verschuiving volgen — de begeleider rondt af, de directeur tekent het formele stuk.

Na twee jaar toetst UWV — op basis van de documentatie van het bedrijf — of er genoeg is gedaan. En straks kan Joost zelf zijn dossier online inzien. Waar bouw je het vertrouwen op dat de júiste persoon namens het bedrijf heeft gehandeld, en dat Joost alleen ziet en deelt wat hij wil?

① De machtiging, niet de persoon — waaruit blijkt dat Tom de machtiging nú heeft en de melding en documentatie mag verzorgen, wie heeft die toegekend, en beweegt ze mee als Mariam vertrekt — zonder gat?

② Fijnmazig i.p.v. grofmazig — toegang tot het UWV-portaal geeft nu zicht op álle werknemers onder het loonheffingennummer. Hoe bouw je toegang die alleen dít dossier en déze taak omvat?

③ Regie bij de medewerker — Joost bepaalt zelf wat hij deelt en kan zijn dossier inzien. Hoe leg je die regie en die grens zó vast dat ze meebewegen en aantoonbaar zijn?

Overkoepelend: wat organiseren wij als overheid, wat ligt bij het bedrijf, en hoe komt dat samen?

Doorloop langs het model

de machtiging "verzuimbegeleider" verschuift van Mariam naar Tom; de directeur en Joost zijn aparte actoren — Joost met regie over zijn eigen gegevens. binnen het bedrijf fijnmazig en aan de taak gekoppeld (niet aan de persoon); bij UWV vandaag juist grofmazig — alle werknemers onder het loonheffingennummer. Wet verbetering poortwachter + AVG + "in opdracht van de bedrijfsarts"; UWV toetst pas na twee jaar of het bedrijf genoeg deed. dossier bijhouden, de 42e-weekmelding en documenteren voor de toets zijn verschillende handelingen; inzage door Joost zelf is weer een andere. Van Dijk Installatietechniek; schiet het bedrijf tekort, dan draagt het het risico (loondoorbetaling).

Facet: medewerker-regie + fijnmazig (taak/dossier) i.p.v. de grove org-brede toegang van nu. UWV is geen dossierhouder: het bedrijf en de bedrijfsarts houden het dossier bij; UWV weet niets vóór de 42e-weekmelding en toetst pas na twee jaar (spoor 1 intern / spoor 2 extern) of het bedrijf genoeg deed — bij tekortschieten loondoorbetaling. Toegang tot het UWV-portaal loopt via de dienst Re-integratie op organisatieniveau (RSIN + loonheffingennummer — alle BSN's onder dat nummer), niet per persoon of dossier. Online inzage door de medewerker in zijn eigen dossier is toekomst (voorzien live volgend jaar). Houd het op het toekomstige stelsel, niet op de tooling.

Juridisch kader

De grondslag voor bevoegdheid verschilt per situatie. Elk figuur stelt andere eisen aan wat een systeem of overheidsorganisatie mag accepteren als bewijs. Klik een figuur open voor de wettelijke basis.

Burgerlijk Wetboek — vertegenwoordiging onderneming

  • Het bestuur vertegenwoordigt de rechtspersoon krachtens de wet. Rechtshandelingen van het bestuur binden de vennootschap rechtstreeks.
  • Bevoegdheid vloeit voort uit de wet en de statuten — geen aanvullende machtiging vereist.
  • Relevant voor casus 3 (RVO): de penvoerder heeft statutaire bevoegdheid maar die geldt niet automatisch richting de andere consortiumleden.
  • Door de onderneming verleende machtiging aan een ander om namens haar rechtshandelingen te verrichten. Rechtsgevolgen komen bij de onderneming terecht.
  • Volmacht geeft bevoegdheid zonder verplichting — het onderscheid met lastgeving is cruciaal voor systemen.
  • Wordt vaak schriftelijk vastgelegd; bij digitale systemen is registratie en aantoonbaarheid de kern van de puzzel.
  • Relevant voor casus 1 (UWV): de casemanager handelt op basis van een afgebakende volmacht — een systeem dat ondernemers centraal stelt moet die afbakening kunnen registreren en aantonen.
  • Ook zonder geldige volmacht kan een onderneming gebonden raken als een derde redelijkerwijs mocht vertrouwen dat de vertegenwoordiger bevoegd was.
  • Bescherming van gerechtvaardigd vertrouwen van derden.
  • Systeemrisico: als een systeem geen geldige grondslag vereist, kan schijn van bevoegdheid de enige feitelijke grondslag worden. Dat is juridisch kwetsbaar voor alle betrokken partijen.
  • Overeenkomst waarbij de lasthebber zich verbindt om voor rekening van de lastgever een specifieke rechtshandeling te verrichten.
  • Lastgeving schept een verplichting maar geeft niet automatisch vertegenwoordigingsbevoegdheid — het verschil met volmacht is essentieel.
  • Komt voor wanneer een makelaar, boekhouder, adviseur of andere tussenpersoon namens een onderneming optreedt.
  • Relevant voor casus 2 (Belastingdienst): de externe boekhouder handelt op basis van lastgeving — maar zijn feitelijke toegang (inloggegevens) suggereert volmacht. Systemen maken dit onderscheid niet.
  • Het op redelijke grond en bewust behartigen van de belangen van een ander zonder daartoe bevoegd of verplicht te zijn.
  • Ontstaat bij het ontbreken van een opdracht, bevoegdheid of overeenkomst — de noodoplossing van het recht.
  • Systeemrelevantie: als geen machtiging is geregeld en iemand toch moet handelen om schade te voorkomen, is zaakwaarneming de enige juridische grondslag. Systemen kunnen dit niet registreren of aantonen.

Faillissementswet — bijzondere situaties

  • Curator wordt door de rechtbank aangewezen bij faillietverklaring.
  • De gefailleerde blijft handelingsbevoegd maar verliest van rechtswege de beschikking en het beheer over het vermogen — dat gaat naar de curator.
  • Systeemvraag: hoe wissel je digitale toegang en beheer over aan de curator zonder dat de audittrail breekt of informatie verloren gaat?
  • Uitstel van betaling voor organisaties met tijdelijke financiële problemen — ter voorkoming van faillissement.
  • Schuldenaar blijft het dagelijks bestuur voeren samen met de bewindvoerder. Voor belangrijke beslissingen is medewerking of machtiging van de bewindvoerder vereist.
  • Praktisch knelpunt: bewindvoerders kunnen digitaal nog niet op dezelfde manier worden geregistreerd en herkend als andere vertegenwoordigers. Wat in de papieren wereld juridisch geregeld is, werkt digitaal nog niet.

Algemene wet bestuursrecht — publiekrechtelijk

  • Bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Geen afzonderlijke wettelijke grondslag vereist.
  • Publiekrechtelijk figuur — niet van toepassing op private ondernemingen. De term "mandaat" wordt in de praktijk ook gebruikt voor privaatrechtelijke volmacht; dat zijn juridisch verschillende figuren.
  • Relevant voor de mensen in deze zaal: jullie organisaties werken met mandaat (Awb-figuur), terwijl ondernemers met volmacht (BW-figuur) werken. Die grens loopt dwars door de systemen.

Europees recht — rechtstreeks werkend

  • eIDAS 2.0 is een EU-verordening — rechtstreeks werkend in alle lidstaten, zonder implementatiewet. In werking getreden op 20 mei 2024; lidstaten moeten uiterlijk eind 2026 een EU Digital Identity Wallet aanbieden.
  • Bevoegdheidsverlening als gekwalificeerde vertrouwensdienst. Het uitgeven van elektronische attesten van attributen — waaronder volmachten en vertegenwoordigingsbevoegdheden — is aangemerkt als gekwalificeerde vertrouwensdienst (QTSP). Attesten van een erkende QTSP hebben juridisch bindende bewijskracht en moeten grensoverschrijdend worden erkend.
  • Bijlage VI — verplichting voor authentieke bronnen. Publieke authentieke bronnen zijn verplicht mee te werken aan de verificatie van bevoegdheden wanneer een QTSP daarom verzoekt namens een wallet-gebruiker. Dit is geen implementatiekeuze maar een wettelijke plicht die rechtstreeks geldt voor organisaties als KVK, RVO, Belastingdienst en BZK — de organisaties die vandaag in de zaal zitten.
  • De spanning met de ARF. De Architecture and Reference Framework (ARF) stelt de uitwerking van representation en delegation expliciet uit naar toekomstige versies. De Bijlage VI-verplichting staat er echter al wél in als werkend recht. Dat is precies de spanning die deze workshop zichtbaar wil maken: het recht loopt voor op de technische implementatie.
  • Relatie tot BW-figuren. Een QTSP-attest over vertegenwoordigingsbevoegdheid vervangt geen civielrechtelijke volmacht — het maakt die bevoegdheid digitaal aantoonbaar. De grondslag blijft het BW; de aantoonbaarheid wordt geregeld via eIDAS.